Verbeelding

 

Mytho-Poetische Verbeelding: de taal van de ziel, de poëzie, die ontstaat uit vogelgezang, onweer, metafoor en mythe. Het gebruik van verhaal, poëzie en mythe om betekenis voor onszelf en onze collectieve reis te scheppen.

 

 

Er was eens een meeuw.
Ik was eens een meeuw.
(Wacht. Even opnieuw.)

Er was eens wind onder mijn vleugels. Ik zag geen wind, maar ik voelde haar. Ze droeg mij hoger en breder en verder en weer terug. Vrijheid verschafte ze mij. Ik was een meeuw.

Zie je een meeuw? Of zie je vrijheid? Zie je een vogel of voel je de wind onder je vleugels? Wat is wind? Ik zie het effect van de wind, maar ik heb de wind nog nooit gezien.

 


Wacht. Opnieuw.

 

Er was eens een mensheid. Deze mensheid hield niet meer van de aarde. Dat kon je zien, want als je van iets of iemand houdt, dan zorg je ervoor, koester je het, behandel je de geliefde als gelijke en niet als ondergeschikte waar je maar mee kunt doen waar je zin in hebt. Als soort was het een belabberd geheel. O ja, er waren individuen die zoveel van de aarde hielden dat hun hart er wild van klopte, als een rivier of een storm. Maar de soort.... nee. De soort voelde zich ver verheven boven de aarde, de dieren, de zee. Dat kwam doordat iemand had bedacht dat hun intellect, hun vermogen tot nadenken hen beter maakte dan de rest.

 


Wat wil ik nu eigenlijk zeggen?
Opnieuw.

Er was eens een denker/filosoof: Plato. Hij is best bekend geworden, want hij legde een hardnekkig fundament hier voor het westen. Hij verklaarde 2500 jaar geleden dat alleen de mens rede en intellect bezit en daarom zijn we niet alleen anders dan, maar superieur aan, elk ander wezen dat bestaat. Met één flinke haal van zijn zwaard/bijl/weet ik het, scheidt hij ons af van de rest van de wezens die met ons de aarde bevolken, en al haar gelaagde werkelijkheden. We staan alleen. Superieur, maar alleen.

Ook beargumenteert hij dat het fysieke, lichamelijke, aardse alleen maar een illusie is. We nemen de materiele wereld waar met onze zintuigen, maar die is niet 'echt' en we kunnen haar alleen begrijpen en uitleggen door middel van ons intellect.

Ach.

Wat doen wij in deze droogte, deze woestijn, deze monocultuur van het denken? Vastgeplakt aan schermen - zonder pauze van betekenis - de wereld in onze broekzak, onder handbereik, maar ons blindstarend op meningen en ideeën, een eeuwig denken, wars van zielstaal, wars van onweersbuien, volledig afgescheiden van de aarde.

 


Ach.

 

Opnieuw.

 

Er was een een meeuw en dat was ik.
Ik voelde wind onder mijn vleugels.
Ik voelde mijn hart kloppen onder mijn veren.
Om mij heen (en in mij) een immense gewaarwording van ergens thuishoren,
hier, in deze veelgelaagde wereld.

 

Of was ik toch de stormwind?

 

Greetje Penning© 2022

 

 op alle teksten en afbeeldingen op deze site berust copyright

alle rechten voorbehouden / all rights reserved
Greetje Penning© 2009-2023